Armando

(Amsterdam, Nederland, 1929 - 2018)

Armando was een van de belangrijkste naoorlogse kunstenaars van Europa. Armando groeide als jongen op in de buurt van het concentratiekamp in Amersfoort. Hij zag hoe het kamp werd gebouwd en hoe er dagelijks mensen werden binnen gevoerd. Deze indrukken wekten zijn belangstelling voor de oorlog, een inspiratiebron die hem als schrijver en beeldend kunstenaar niet meer los liet.

Decennialang werkte hij aan zijn zeer persoonlijke en veelzijdige beeldende en literaire oeuvre. Zijn handschrift is expressief, zijn schilderijen zijn pasteus en zijn sculpturen zijn met veel kracht opgebouwd. De kunstenaar werd naast beeldend kunstenaar en schrijver bekend als dichter, violist, acteur, journalist en film-, televisie- en theatermaker.

In Nederland werd Armando al in de jaren zestig bekend als een van de vier kunstenaars van de Nul-groep (met Jan Schoonhoven, Henk Peeters en Jan Henderikse), een vervolg op COBRA (met Constant en Appel). Later werd Armando voor een nog veel groter Nederlands publiek bekend als een van de drie personages in de Vpro-serie ‘Herenleed’ waarvoor Armando de dialogen schreef met Cherry Duyns.

Seestück, Armando

“Schilderen en schrijven,
takken van één boom en die boom ben ik.”
ARMANDO
Links 'Das Rad', (1993) Rechts 'Titel"

Hij zag zijn werk als een zogenaamd ‘gesamtkunstwerk’, ofwel een kunstwerk waarin verschillende kunstdisciplines samenkomen. Dit kunnen dus verschillende werken zijn die samen één geheel vormen.

“Herinneringen zijn een last. Ze maken zich meester van de gedachten en vullen het hoofd.”
Armando
Links 'Zaun', Rechts 'Titel'

De metafoor 'Het schuldige landschap' is voor Armando een landschap dat heeft zien gebeuren, want 'in landschappen, in de schone natuur, vinden vaak de afgrijselijkste opvoeringen plaats'. Het landschap is echter 'zo schaamteloos geweest om gewoon door te groeien’.

Melancholie, macht, onmacht en het ongemakkelijke samengaan van schoonheid en kwaad zijn terugkerende thema’s in Armando’s oeuvre.

Armando, 'Titel' (Jaartal)
'Wat doe ik hier?'

Hij, ik dus, sprak me als volgt toe: 'Ik kan me voorstellen dat je je dat afvraagt. Maar wordt deze vraag niet altijd door jou gesteld, waar je ook bent? En weet je waarom? Omdat je je nergens en overal thuis voelt.'

Ik moest hem, mij dus, daar gelijk in geven. Soms heeft ie, ik dus, een beter inzicht dan ik.
Wie ben ik eigenlijk? En waar bevind ik mij?'
Het gedicht 'Een Vraag' uit 'Eindelijk', Armando, pagina 117.